Op zoek naar een document kwam ik mijn verhaal weer tegen voor een kind van 4-8 jaar dat onzeker is of faalangstig. Om voor te lezen.

Het is vroeg in de morgen, nog een klein beetje donker en Paultje de Pinguïn is wakker.
O, jippie, denkt hij, vandaag schaatsen met mijn vriendje en hij steekt zijn neusje boven de dekens. Brrrrr, het is koud. Hij springt uit bed, wast zich snel en kleed zich aan. Vroeger moest mama nog helpen, maar nu kan hij dat allemaal zelf. Hij is al een grote pinguïn, maar vindt het toch nog best spannend om iets nieuws te gaan doen. Hij heeft nog nooit geschaatst.

Mama is in de keuken en papa Ping gaat net weg. ‘Dag grote jongen van me’, zegt hij en geeft Paultje een dikke knipoog. Mama zet een kom pap op tafel en geeft Paultje een knuffel. Ze zegt: ‘Je bent toch nog niet te groot om met mama te knuffelen?’ En ze lacht tegen Paultje en die schudt lachend nee. Mmm, de pap is lekker warm. Paultje eet snel door.

Hij poets zijn tanden, trekt zijn dikke laarzen en jas aan en pakt zijn nieuwe schaatsen. Mama geeft nog wat lekkers mee, en zegt ‘doe je voorzichtig, lieve jongen van me’. Paultje knikt en zegt: ‘dag mama, tot straks’. ‘Voor het donker terug zijn’, roept ze hem nog na. Vroeger liep mama altijd mee als Paultje naar de ijsspeelbaan ging, maar nu kan hij dat helemaal zelf. Hij weet precies de weg en kijkt altijd heel goed naar links- rechts-links als hij oversteekt.

Zijn vriendjes wachten voor de ijsspeelbaan. Paultje weet dat zijn vriendjes graag met hem spelen omdat hij anderen altijd helpt en troost als er iets vervelends gebeurt.
Daar is Isaak. Isaak het ijskonijn heeft zijn knalrode das om en een zonnebril en hij is net zo wit als de sneeuw. Het lijkt net alsof de das en de zonnebril in de lucht vliegen. Hahahaha. Isaak is zooo grappig.
En Hans en Harold Husky zijn sneeuwballen aan het gooien. Ze lachen en zitten elkaar achterna en gooien met sneeuwballen. Dat kan ik ook, denkt Paultje. Ik kan nu ook veel verder gooien, dan vorig jaar. Hij heeft geoefend en zijn spierballen zijn groter geworden. Pascal en Patricia Pinguïn, zijn neefje en nichtje, staan ook op hem te wachten. He Paultje, roepen ze allemaal. Hoi, zegt hij enthousiast en voelt zich warm en blij. Ze lopen samen naar de baan en trekken hun schaatsen aan.

Paultje vindt het best een beetje spannend. Hij weet dat zijn vriendjes al eerder geschaatst hebben. Het is voor hem de eerste keer. Wat als hij valt en dat zijn vriendjes hem uitlachen en niet meer met hem willen spelen. Hij krijgt het koud. ‘ Wat is er’?, vraagt Patricia. ‘Niks’, zegt Paultje, hij durft het niet zo goed te zeggen. Patricia is een heel slimme meisjespinguïn en vraagt: ‘wil je mijn hand vasthouden, ik vind schaatsen nog een beetje moeilijk, ik ben een beetje bang om te vallen’. ‘Tuurlijk’, zegt Paultje, en voelt zichzelf heel dapper en stoer.

Samen gaan ze voorzichtig het ijs op en gaan ze schaatsen. In het begin een beetje wiebelig, maar het gaat steeds beter. Soms is het moeilijk om het evenwicht te bewaren en dan ineens, boem, vallen ze allebei. Ze kijken elkaar aan en moeten vreselijk lachen. ‘Hé, jullie twee’, roept Isaak, ‘is dat een nieuwe manier van schaatsen of zo’ en laat zich ook vallen. En al snel laten ook Hans en Harold zich vallen. Ze lachen er allemaal heel hard om.
‘Het is helemaal niet zo erg om te vallen’, fluistert Patricia tegen Paultje. Weet je, in ons hoofd zitten allerlei kleine helpertjes die je willen beschermen, en sommige daarvan wisten gewoon nog niet dat het niet erg is om nieuwe dingen te leren en dan soms te vallen. Nu weten ze dat je dan gewoon weer op kunt staan en weer door kunt schaatsen. En dat het leuk is om nieuwe dingen te leren.
‘Kom Paultje’, we schaatsen nog een rondje.