Mam? vraagt Hans. Ja jongen, zeg ik.

Hoe komt het eigenlijk dat er zoveel verschillende mensen zijn? Hoe bedoel je dat precies Hans? vraag ik hem. Nou mam, sommige mensen zijn heel lang en andere weer klein en de een is dun en de ander is dik of er tussenin.

Hoe kan dat? Nou Hans, dat komt deels door wat je vader en moeder aan je hebben doorgegeven en wat die ook van hun vader en moeder hebben gekregen.

Gekregen? Ja, jongen. Stel je maar eens voor dat pappa en ik uit legosteentjes bestaan uit allerlei kleuren en we geven alle twee een klein deel van die legosteentjes voor een nieuw bouwwerk. En dat bouwwerkje groeit uit tot een nieuwe vorm en kleur, er worden ook stenen toegevoegd, maar het lijkt nog steeds voor een deel op die eerste steentjes.
Begrijp je dat? Een beetje, zegt Hans en je ziet hem denken.

Maar hoe komt het dan dat tante Helen een dikke buik heeft en jij niet. Jullie zijn toch ook van dezelfde steentjes gemaakt. De slimmerd.
Dat klopt. Weet je nog dat ik zei dat het deels is om wat je hebt gekregen van je vader en moeder. Mm, ja.
Een andere deel is wat je eet en hoeveel je eet. Soms eten mensen meer dan wat ze nodig hebben. Weet je nog laatst dat je zelf bij de wok het ijs op mocht scheppen en dat je zoveel opschepte dat het niet meer op het bord paste en langs de randen naar beneden liep, over je handen en dat alles plakte, tussen je vingers liep en vies aanvoelde?
Ja mam, dat was een knoeiboel hé. Maar wel heeel erg lekker. Ik voelde me daarna alleen niet meer zo fijn.

Weet je Hans, als je vaker meer eet dan wat je lichaam nodig heeft, dan zet je lichaam dat om in vet en smurrie en word je vanzelf dikker en dikker en voel je je soms niet zo fijn. En als je dan je schoenen wilt strikken, net zoals opa Harrie, dan zit die dikke buik in de weg.

Hoe doe jij dat dan mama? Eigenlijk heel simpel, lieve jongen. Ik eet alleen als ik echt honger heb, en alleen maar de dingen die ik ook echt lekker vind, én ik stop met eten als ik het niet meer lekker vind of als ik voldaan ben. Ik geniet dus van mijn eten, en proef met aandacht wat ik eet. Net als jij eigenlijk, als opa Benny die lekker snoepjes uit Italië medebrengt en je daar heel zuinig op bent. Ohh ja, zucht Hans, die zijn zooo lekker.

Ik wil ook slank blijven als ik groot ben mama, kun je me daarbij helpen? Tuurlijk jongen! Maar mag ik dan nog wel die lekkere snoepjes eten die opa meebrengt? Tuurlijk jongen, en net al nu zul je ervan genieten en zal één snoepje voldoende zijn.